Home     Over Nicole Bosch     Public Relations     Contact     In English     Auf Deutsch  

Selectie

Interviews/portretten

‘Overname is geen koerswijziging’
De ster moet weer glimmen
'Marketing is geen vies woord'
Dieter Zetsche 2001
In de ban van de Indy
Doctor Death
Jeff Bezos, CEO Amazon.com
De slag om New York
‘No more Clinton-Gore’

Reportages

Vliegen op zonnekracht
De bal is ronder
7 wijzen in het Oosten
Ingevroren voor de eeuwigheid
Mega Farms
T-rex Sue
Na orkaan Mitch

Achtergrond

Duurzaamheid en het EK
Niet Datzo, maar Ditzo
Hip met worteltjes
Online mediaplanners verlaten “eilandjes”
Duits milieuvignet stuit op kritiek
‘Standort Deutschland’ onder druk
Porsche en VW nader
Duits voorzitterschap en energie
Groeien met de handrem erop
Ziekenhuismarketing over de grens
Du bist Deutschland
Kraamzorg zonder handjeklap
Design zonder handtekening
Lidl net iets fantasierijker



Meer artikelen uit "Intermediair":

Eerst je MBA halen, dan scheiden
Vliegen op zonnekracht
De bal is ronder
Mensen-chip
Ingevroren voor de eeuwigheid
Detroit autoshow
Groene auto´s doorstaan test
De ideale winkel
T-rex Sue


Bekijk artikelen per tijdschrift:

WineLife
Technisch Weekblad
Automobiel Management
EnergiePlus
Intermediair
MarketingTribune
FEM Business
Binnenlands Bestuur
De Status
Management Team
Groene Amsterdammer
Global Connection
Natuurwetenschap & Techniek
Stromen
Quote
Avanta Magazine
ExpatPlus
Agrarisch Dagblad
Carp
Utrechts Nieuwsblad
MetroTimes
[ZSM]

The Herald / Gordon Terris. © SMG Newspapers Ltd

´Wij zijn opgegroeid in een schijndemocratie´

15 november 2001 | Intermediair

Haar boek No Logo is de bijbel voor antiglobalisten, ze wordt de vrouwelijke Karl Marx genoemd, en volgens sommigen is ze de meest invloedrijke persoon onder de 35. Als derde in de Intermediair-serie over de nieuwe protestgeneratie: Naomi Klein. ´Ik blijf me voortdurend afvragen hoe ik een doorgeefluik kan bieden, zonder dat mijn ego de overhand neemt.´

We hebben afgesproken in een cafeetje annex boekenwinkel op Queen Street, een hippe straat in de Canadese metropool Toronto met veel alternatieve winkels. Aan de muren hangen flyers van theatergezelschappen en politieke manifestaties. Hier voelt Naomi Klein (31) zich thuis. ´Helaas verandert de buurt snel. Ik woonde en schreef mijn boek in een “loft”, die nu is opgekocht door een ontroerendgoed-magnaat. Er zijn dure koopappartementen van gemaakt. De kunstenaars die hier woonden, kunnen die prijzen niet meer betalen.´
In No Logo, taking aim at the brandbullies beschrijft Klein hoe multinationals met hun logo´s alle leefruimte in beslag nemen. Universiteiten worden gesponsord door Coca Cola, de ghetto´s worden gecultiveerd door Nike en Tommy Hilfiger en romantiek vind je bij koffieshop Starbucks. Grote bedrijven promoten niet meer hun producten, maar ideeën en levensstijlen. Om de reclamecampagnes te bekostigen, moeten de productie-kosten zo laag mogelijk blijven. In haar boek legt Klein verbanden tussen branding, verslechterde arbeidsomstandigheden in het Westen (McJobs) en sweatshops -ateliers waarop goedkope wijze producten worden vervaardigd-in de Derde Wereld. Ze beschrijft de tegenreacties die ontstaan en legt uit waarom de anti-corporate beweging haar onvrede uitvecht tegen de symbolen van de kapitalistische wereld.
Klein heeft haar actiegerichtheid niet van een vreemde. De eerste staking bij Disney World werd georganiseerd door haar grootvader. Haar ouders ontvluchtten de Verenigde Staten, opdat haar vader niet in Vietnam hoefde te vechten; haar moeder was een feministe. Als kind was Klein nog niet politiek bewust en werkte ze zelfs in kledingzaak van het merk Esprit. Een van de ”logo´s” die volgens haar producten omtoveren tot levensstijlen. In haar boek zegt ze: ´Ik kocht mezelf een identiteit.´ Op haar zeventiende kreeg haar moeder een beroerte en nam ze vrij van school om voor haar te zorgen. Dat was het moment waarop ze anders tegen de zaken aan ging kijken. Op de universiteit begon haar schrijversschap bij de linkse universiteitskrant en zag ze de eerste tekenen van de strijd tegen de symbolen, toen kinderen uit de ghetto´s in New York in opstand kwamen tegen Nike. Haar boek verscheen in januari 2000, net na de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle, waar de eerste grote protestactie 40.000 anti-globalisten op de been bracht.

Je bent tegen het gebruik van de term anti-globalisatie?
Ja, de beweging is juist heel erg internationaal en ook niet tegen globalisering. Ik gebruik die term nooit.
Wat is dan de juiste benaming?
Ik denk dat het een beweging is tegen de annexatie van de publieke ruimte voor privé-belangen. Het is eerder anti-corporatisme of anti-kapitalisme. Niemand is tegen wereldhandel. Maar de vraag is hoe mensen en politieke partijen hun rechten kunnen behouden zodat ze kunnen handelen volgens hun eigen voorwaarden. Het is een gevecht tegen het neoliberale en voor herstructurering van de politieke en economische structuren. De protesten zijn gericht tegen nieuwe machtsvormen als het IMF of de Wereldhandelsorganisatie en niet tegen regeringen van aparte landen.
Een van de karakteristieken is dat er niet één beweging is, maar verschillende groepen. De één vecht voor het milieu, een ander komt op voor armoede of werkeloosheid. Er is geen sprake van een statische beweging, ik noem dan ook liever over ”the movement”.

Je boek is onlangs in het Nederlands verschenen. In de epiloog die toegevoegd is aan de Nederlandse vertaling schrijf je over leiders van de verschillende antibewegingen. Je noemt daar niet je eigen naam. Zie je jezelf niet als een leider?
Een van de leiders die ik noem is Marcos, van de Zapatisten in Mexico die strijden voor zelfbeschikkingsrecht. Hij draagt een masker en verbergt zijn identiteit. Daarmee is hij de perfecte anti-leider, want door die anonimiteit kan hij een symbool zijn voor allerlei onderdrukte groepen.
Ik ben geen traditionele leider. Ik vertel mensen niet wat ze moeten doen, maar wil analyses en research aanbieden. Ik heb de mogelijkheid gehad om veel van deze beweging van het begin af aan mee te maken, daarom kan ik anecdotes vertellen en verbanden laten zien. Dat maakt de beweging sterker. In dat opzicht zou je kunnen spreken van een soort voortrekkersrol die ik vervul.
Als mensen me vragen wat de volgende stap is van de beweging, kan ik dat ook niet beantwoorden. Ik heb nooit een leider willen zijn, die de mensen vertelt: ”kom volg me naar het beloofde land.” Mijn gave ligt in het feit dat ik een goed boek heb geschreven. (Lachend:) Daarvoor moet je lange dagen in je eentje op een kamertje zitten.

Toch heb je een soort leiderschap op je genomen...
Nadat mijn boek was uitgekomen, kreeg ik veel emails van jonge mensen die actief wilden zijn. Ze vroegen me hoe ze betrokken konden raken en wat ze konden doen. Ik voelde me verantwoordelijk. Daarom heb ik een website opgezet en geef ik lezingen op universiteiten.
Ik blijf me daarbij voortdurend afvragen hoe ik een doorgeefluik kan bieden, zonder dat mijn ego de overhand neemt. Ik denk niet dat deze jonge mensen op zoek zijn naar een traditionele leider. Ze zijn op zoek naar ´munitie´, naar feiten waarmee ze hun tegenstanders te lijf kunnen gaan. Het is de media die me voornamelijk positioneren als boegbeeld.

Hoe komt het dat deze beweging veel jonge mensen aantrekt?
Alle mogelijkheden om een eigen identiteit te vinden zijn ons ontnomen. Jongeren zijn opgegroeid in een schijndemocratie, politiek is een toeschouwer-sport, geschiedenis is geschreven voordat ze tieners waren. Velen willen weer grip krijgen op hun eigen leven. Ze willen het gevoel terug dat ze hun leven in eigen hand hebben. Het thema van No Logo is dat de huidige generatie jongeren een vreemde positie heeft ten opzichte van multi-nationals. Ze zijn ontevreden met het huidige economische model. De bedrijven zijn overal aanwezig in hun cultuur, maar economisch is er een eenzijdige relatie. Eerdere generaties waren afhankelijk van banen en sociale zekerheden bij deze bedrijven en waren daardoor minder kritisch. Dit geldt niet voor jongeren. Er is een generatie opgestaan die acties voeren tegen corporaties waarvan bewezen is dat ze onethisch of milieuvervuilend operereren. De strijd tegen ”logo´s” is een strijd met herkenbare tegenstanders. Nike of de G8 maken de ongrijpbare infiltratie van het kapitalisme concreet.

In de pers circuleren verschillende benamingen voor jou: Karl Marx, held van de linkse beweging en Top Hopper, omdat je van de ene topontmoeting naar de andere reist. Welke past het beste bij je?
Voeg daar ook maar Osama bin Laden aan toe, want zo werd ik onlangs genoemd in The New Statesman. Ik zou niet weten welke naam het beste bij me past, ik kan geen stempel op mezelf drukken. Ik kan er geen een uitpikken waar ik mezelf mee identificeer. Mensen zien wat ze willen zien. Ik denk dat mensen die me met Karl Marx vergelijken, zelf op zoek zijn naar een nieuwe Karl Marx. Vooral in Engeland werd ik tot een symbool uitgeroepen waar ik mezelf helemaal niet in herken. Op een gegeven moment kreeg ik daar zo genoeg van. Ik heb daar al zeven maanden geen interview meer gegeven.

Je noemt jezelf een journalist/activist. Dat betekent dat je kritisch kan zijn. Waar ben je kritisch over?
Er zijn veel mensen die het zogenaamde tophoppen erg belangrijk vinden en die op die manier een soort van revolutie hopen te ontketenen. Ik roep al een jaar dat ik die manier van actievoeren niet meer zo interessant vind.
Volgens mij is een grotere uitdaging om te laten zien dat er meer is dan het gevecht tussen een stelletje activisten en politie-agenten. We moeten het debat uit de linie halen van handelsverdragen en traangas.
Ik denk dat we onderaan moeten beginnen en op lokaal niveau veranderingen moeten doorvoeren. Het is dit niet-glamoureuze deel dat weinig aandacht krijgt, maar al wel gebeurd. Een goed voorbeeld is

Vervolg van artikel


Top of page

Copyright © 2012 Nicole Bosch. All rights reserved. Alle rechten voorbehouden. Dit document mag niet verder worden verspreid en verveelvoudigd zonder schriftelijke toestemming van de auteur. Dit document kan verschillen van de gepubliceerde versie.